Moederlijm

Moeder, toen jij heenging
ik was een kind van twee
je hart verdoofd en gebroken
door het verlies van je eerste kind
– en destijds je twee zussen –
zoveel verdoken tranen die hun weg niet vonden
door al dat mensenleed

tegelijk jouw onverstoorbare oerkracht
jouw jawoord aan het leven
die mij vastberaden op de wereld zette
om nieuwe wortels van liefde te planten
en jou door mij
– en mij door jou –
ja, verder te laten leven

heel veel later brak mijn hart
toen ik voor het eerst kon voelen
hoe pijnlijk onze scheiding was
mijn tranen als wanhopige vloeistof
om jou weer aan mij te lijmen
alsof het -alsjeblieft- gisteren was

maar terugkomen deed je niet
en tranen werden geen moederlijm
in de barsten van mijn hart ontsproot liefde
je stem die me toefluisterde ik ben bij je
en op één of andere manier ontstond
een dieper eeuwig verbonden zijn

je werd mijn compagnon de route
een stille bondgenoot op het pad
niet iemand die ik kon zien of bellen
maar een warmte waar ik ‘s avonds
tegenaan kon kruipen
tot ik opnieuw kracht had
voor de volgende dag

je leerde me dat liefde
veel verder gaat dan ons aardse lijf
dat er grondige redenen zijn
om door de pijn te gaan
tot de dag dat onze littekens
met onze huid versmelten
ons hart opnieuw vrijuit kan gaan

ik heb lang van zorgeloosheid gedroomd
maar eer nu des te meer
de rimpelingen aan mijn wateroppervlak
daaronder huist een stille bodem
waar ik nu jouw liefde vind
eens zo onbereikbaar
vandaag mijn levenskracht